Watermanagement

Ellenlange e-mailwisselingen gingen er rond bij Google. De flesjes water vooraan in de ijskast waren van een dusdanige temperatuur, dat het heldere H2O bijna lauw te noemen was. Hetzelfde gold voor de pakjes kokosnootwater en blauwebessensmoothies. Dit kon zo niet langer!

Gefrustreerde werknemers pleitten voor een beter watermanagement. Vanaf nu zou de FIFO-methode, First In First Out, nauwlettender gehanteerd moeten worden door de kantinemedewerkers. En nu we toch bezig waren met het eisenlijstje: de sushi kon ook wel wat verser en het wc-papier millimeters dikker. Daar hadden we immers recht op!

De mate van entitlement – het ergens recht op menen te hebben – is onder werknemers van techbedrijven aan de wenkbrauwfronsende kant. Een extra compensatie boven op het basissalaris, in de vorm van aandelenpakketten en lunches, was aanvankelijk bedoeld voor programmeurs in Silicon Valley, die door oprichters niet al te veel betaald konden worden. Toen wilde de commerciële kant ook deze privileges en algauw werd deze standaard het nieuwe normaal voor een techmedewerker.

Ook ik hoorde mezelf klagen. Een internationale vlucht in economyclass, gatver. De avocado’s die op maandag al op waren, schande! En kon het kerstfeest niet op donderdag, zodat we in de baas zijn tijd uit konden brakken?

Het schaamrood staat me soms flink op de kaken

Het schaamrood staat me soms flink op de kaken als ik terugkijk naar de perceptie van de privileges en de vanzelfsprekendheid ervan. Het is immers makkelijker om in het collectief mee te gaan, dan jezelf continu te herinneren aan je eigen individuele waarden. En dan is er de glijdende schaal, waarin je stap voor stap je bescheidenheid inruilt voor een klaagzang.

Dagelijks wat uitzoomen uit je eigen vermeende beklagenswaardige situatie en deze in een andere context plaatsen, kan helpen. Bijvoorbeeld door jezelf te vergelijken met iemand uit een ander land, of een andere tijd, in plaats van met Instagram-millennials of een ambitieuze peergroup.

Enige relativering is des te belangrijker in deze tijden van de covid-19-crisis: het zijn problemen van een betrekkelijke aard. Met buikpijn keek ik toe hoe Nederlanders geen afscheid wilden nemen van hun terras, café en koffieshop in de beginfase van de coronacrisis. ‘Daar hebben we immers recht op!’, hoorde ik ze roepen. Ze leken zich niet te realiseren dat er met een totaal van twaalfhonderd Intensive Care-bedden een survival of the fittest gepland stond. Maar nog wilde Nederland niet in een vrijwillige quarantaine en zichzelf ‘opofferen’ om thuis te blijven. Waar opa’s en oma’s terugkwamen uit de oorlog met schotwonden, zal deze generatie klagen over doorligwonden, van te veel Netflix kijken met een IPA in de hand.

We hebben schoon kraanwater met munt en citroen, we kunnen de hele dag douchen met een dolby-surroundsysteem op de achtergrond of in bad een podcast luisteren. Niet slecht voor een crisis.

Gepubliceerd in het Financieele Dagblad op 18 maart 2020