Koning Zoom

Eric Yuan, de in China geboren oprichter van Zoom, is 18 jaar als hij het idee bedenkt voor een videoconferentie-app. Zijn vriendin woont op tien uur afstand, ze zien elkaar een paar keer per jaar. Jaren later besluit hij om zijn idee uit te werken, na een intensieve leerschool bij communicatieplatforms Cisco en Webex.

Dat Yuan een ijzeren doorzettingsvermogen heeft, blijkt uit zijn visumaanvragen voor de VS. Acht keer wordt zijn aanvraag geweigerd, de negende keer krijgt hij een ja. Het begin van een lange weg die uiteindelijk leidt tot erkenning voor zijn inspanningen. Zoombombing, Zoomburn-out, Zoomborrel en Zoombegrafenis: een Silicon-Valleyondernemer maakt het pas echt met een plek in het woordenboek.

De pandemie was zijn kans, hij liet Microsoft en Google achter zich, die hun producten onnodig hadden gecompliceerd. Nu wordt Zoom geschat op een waarde van $50 mrd. Spijtig voor de beurstoeristen die onverhoopt het verkeerde aandeel kochten: het bedrijf van Yuan is makkelijk te verwarren met het Chinese beursfonds Zoom Technologies: ‘de andere zoom’.

Nu Zoom bijna niet meer weg te denken is uit ons leven, is het hoog tijd voor een Zoomgebruikershandleiding. Nee, dan heb ik het niet over de Zoometiquette, en mensen uit te laten praten, je microfoon op mute zetten als je naar de wc gaat, over baby’s op je keyboard en over het vervagen van je achtergrond, zodat we niet afgeleid worden door je Ikea-interieur. Deze basisvaardigheden zijn na twee maanden oefenen hopelijk bekend. Laten we het hebben over het onvrijwillig delen van informatie en persoonsgegevens.

Een caleidoscoop aan informatie en emoties vloog langs me heen op de livechat

Een paar weken geleden volgde ik een sessie van psychotherapeut Esther Perel. Het werd een semi-interactieve chat tussen haar en het publiek van zevenduizend Zoomers. In no time wist ik van alle deelnemers waar ze verbleven tijdens de crisis, wat ze uit deze sessie wilden halen en wat ze voelden. Een caleidoscoop aan informatie en emoties vloog langs me heen op de livechat.

Al snel werd de livechat een bulk van terechtwijzing en frustratie van deelnemers onder elkaar. ‘Deze vraag vind ik niet passend.’ ‘Kunnen we het nu even niet over corona hebben?’ ‘Mijn audio doet het niet goed.’ Ik verlangde naar de stilte en anonimiteit van Carré, waar de spreker spreekt en de luisteraar luistert.

Het was tijd voor vragen uit het publiek. Deelnemer X vroeg via de chat of ze moest doorgaan met haar affaire, want de aantrekkingskracht werd groter en groter, en de vreugde van haar huwelijk kleiner en kleiner. Deelnemer Y vroeg of Esther tips had tegen pesterijen als het werk weer zou beginnen. Deelnemer Z vroeg hoe ze om moest gaan met de depressie van haar man. X, Y en Z waren ingelogd met hun voor- en achternaam, voor alle deelnemers zichtbaar.

Ik hield me in om al deze namen te gaan googelen, dat was natuurlijk niet de bedoeling van deze sessie. Maar ik voelde me plotseling ongewild een spion in een leven dat Zoom voor mij geopend had.

Deze column is gepubliceerd in Het Financieele Dagblad op 30 Mei 2020