De woongroep is terug, met dank aan covid

‘Ik ben zo gelukkig. Het is zo zwaar om hier zonder vrienden en familie te zitten, maar als je ziet hoe lekker de kinderen en onze gasten genieten, dan wil je nooit meer terug naar Nederland hè. Toch schat?’. De echtgenote in roze fleecetrui kijkt haar roodverbrande man smalend aan. Het is het standaard Disney-filmeinde van Ik vertrek, de Tros-tv-show waarin stellen op zoek gaan naar een zonnige toekomst.

Uit ervaring weet ik dat deze tv-shows een grote façade kunnen zijn. Ooit deed ik mee aan House Hunters International, de Amerikaanse variant op Ik vertrek. Geen exotisch avontuur naar Hongarije of de Malediven, maar een nieuwe baan in Londen was voldoende voor vijfentwintig minuten Amerikaans entertainment. Mijn verhuizing uit Amsterdam werd klakkeloos overgedaan, inclusief afscheidsfeest, sleuteloverdracht en het inpakken van verhuisdozen. Dat ik al achttien maanden geleden een woning bewoonbaar had verklaard, deed er niet toe. Het enige criterium van mijn zoektocht: locatie, locatie, locatie. Mijn flat werd door verhuizers volledig leeggehaald en ik deed alsof het de eerste keer was dat ik deze Britse schoenendoos binnenliep. ‘Awesome, I can see Hyde Park from the window’. De makelaar, wel een echte makelaar en in zijn vrije tijd Shakespeare-acteur, verzekerde dat ik hier de tijd van mijn leven zou krijgen.

Vrienden die alleen woonden, deden onderzoek naar shared living, samenleven waarbij je ruimtes deelt

Hoe belangrijk een goede woning, lieve buren en een café met smaakvolle afhaalkoffie zijn, hebben we ons de afgelopen maanden collectief gerealiseerd. Onze rituelen en routines speelden zich grotendeels af in één multifunctionele ruimte. Ons huis was plotseling niet alleen woon- en slaapkamer, maar vermomde zich als vergaderzaal, bioscoop, restaurant, gamecenter en sportzaal.

De stad verloor tijdelijk zijn aantrekkingskracht, doordat cruciale functies zoals ontmoetings- en ontspanningsplekken werden lamgelegd. Het platteland leek opeens een aantrekkelijk alternatief. Vrienden met een buiten-de-ringangst vluchtten de stad uit en ruilden hun kleine stadsappartementje in voor een not so tiny house in de provincie. Andere vrienden die alleen woonden, deden onderzoek naar co-shared living. ‘Hadden we maar een soort WeLive hier’, verzuchtte een vriend, een samenleefconcept voor twintigers en dertigers die ruimtes delen. Een variant op de co-working spaces die WeWork aanbiedt, maar dan voor samenleven. Slim en hip gebrand, met fitness- en gameruimtes, wasmachines en altijd een kok en koffie die klaarstaan. Het klinkt als een perfect antidotum tegen eenzaamheid en de spaarzame stadse ruimte.

Het is oude wijn in nieuwe zakken, met een hippe marketing en Engelse labels erop. Datzelfde geldt voor intergenerational living, een concept voor meerdere generaties die naast elkaar samenleven. Inderdaad, een woongroep in een hip jasje. In beide concepten prevaleren saamhorigheid en de drang naar delen ten opzichte van het individualisme. Delen en verbinding als kernwaarde, een frappante trend in covid-tijd, waarin we worden verzocht om afstand te houden. Onze drang naar delen wordt groter, ondanks het verzoek om afstand te houden.

Gepubliceerd in Het Financieele Dagblad op 16 juli 2020