Het koffiezetapparaat is de ziel van het kantoor

Het was 2007, de Zuidas. We werden bijeengeroepen, de baas had een aankondiging. Nerveus schuifelden we naar de kantine, waar we leunden op lege warmhoudbakken. Het was goed nieuws: ‘Kerst zou vroeg komen dit jaar.’ Onder onze neus werd een glimmend apparaat onthuld, de Ferrari onder de espressoapparaten. We staarden, we klapten, onze monden vielen open, er gingen geruchten dat ‘deze jongen vijf cijfers had gekost’. We kregen barista-les, en in groepjes leerden we over koffiebonen, de piston en hoe je je collega kon verrassen met een hartje van cacao op een bedje van cappuccinoschuim.

Even koffie halen bleek Het Perfecte Vergadermoment. Rond het ijzeren apparaat ontstond een minivergaderzaal: even iets bespreken onder een espressootje. Een klantenmeeting voorbereiden, een training evalueren; tussen het schuimen en zetten door gebeurde er iets magisch. Espresso drinken werd het nieuwe roken: vergaderen, lachen en roddelen, onder een overdosis cafeïne. Natuurlijk werd het van tijd tot tijd een klaagmuur, voor collega’s die stoom wilden afblazen na eenzijdige of oneerlijke kwartaalbeoordelingen.

Espresso drinken was vergaderen, lachen en roddelen. Hoe moet het nu met deze essentiële kantoorfunctie?

Maar bovenal zorgde het koffiezetapparaat voor theater: de lach klonk, ontspanning heerste en complimentjes vulden de lucht. Hoe moet het nu met deze essentiële kantoorfunctie, nu covid-19 medewerkers thuis houdt? Lachen op het werk verbindt, relativeert, doorbreekt de sleur en transformeert muurbloempjes tot kantoorclowns. Waarbij maar al te vaak wordt bevestigd dat de baas zijn baan niet moet opgeven voor een carrière als stand-upcomedian.

Wat als de kantoorhumor alleen online plaatsvindt? Bestond dit soort humor twintig jaar geleden nog alleen offline – tussen de bureaus – het afgelopen decennium heeft deze een hybride weg gevonden. Grapjes gaan heen en weer over de chat, met de support van fysieke communicatie, zoals een opgetrokken mondhoek of fronsende wenkbrauw. De verbale, zichtbare lichaamscommunicatie zet de grap extra kracht bij. Een grap wordt online opgebouwd, als een geplande aanval op het voetbalveld. Scoren doe je face to face, waarbij respect, aanmoediging en herkenning worden uitgewisseld. Dat chatten ging in de beginjaren natuurlijk wel eens fout, als de grappen niet naar elkaar werden gestuurd, maar naar de persoon in kwestie. De grap van de perfecte schoonzoon ‘die in het weekend toch echt zeehondjes zou doodknuppelen’ was aanzienlijk minder leuk toen de perfecte schoonzoon het chatvenster open zag staan bij zijn buurvrouw.

In het komende decennium zullen we het waarschijnlijk deels zonder het theater van het koffiezetapparaat moeten doen. We begeven ons in een nieuw tijdperk van online only kantoorhumor. Maar ook dit kunnen we aan. Zoals we hardop lachen over scherpe grappen op WhatsApp – met gifs, emoji’s, links en foto’s met spitsvondige captions – kunnen we dat ook in de chatvensters van Zoom, Teams of BlueJeans. En als dat echt niet lukt, doen we een collectief beroep op de Ronald McDonald-clowns om collega’s achter hun laptop een lach op het gezicht te toveren. Alles tegen een humorloos bestaan.

Column Sanne Kanis (c) Verschenen in Het Financieele Dagblad op 3 augustus